Toen we onderdoken op 3 september 1942, was ik een kleuter van 3 jaar en een dag oud. In de haast (maar waarschijnlijk wisten mijn ouders wanneer we zouden vetrekken) werd voor ieder kind een klein tasje klaar gelegd met kleren, tandenborstel, kam, enz., genoeg om te gaan logeren voor een paar weken. In mijn tas had mijn moeder ook mijn beertje gestopt, niet zo een groot beestje dat groter dan het kind was, maar zo een gestofte kleine bruine beertje, dat dagelijks geknuffeld word, maar ook slaag krijgt als het kind kwaad is. Een oog had hij al verloren in mijn liefdevoller behandeling, maar verder was hij helemaal nog in goede staat.
In de morgen van die dag vertelden onze ouders dat wij voor een tijdje gingen logeren bij andere mensen, dat wij niet samen konden blijven, maar iedereen apart zou worden opgehaald en naar ons logeer adres gebracht. Zij deden erg vrolijk, dus waarom niet, we waren nog nooit wezen logeren, en zeker niet alleen zonder ouders, maar goed, het was een avontuur.
Het afscheid van mijn ouders kan ik me niet herinneren, maar iemand op de fiets kwam mij afhalen, en zo begon ik een oneindige reeks van tijdelijke adressen, waar ik voor een paar weken verbleef, tot ik weer verder ging naar een veiliger adres. Ik was veel te jong om te begrijpen wat er gebeurt, waarvoor ik niet buiten mocht spelen, en waarvoor men de gehele tijd probeerde mijn naam te veranderen van David naar iets minder Joods, zoals Daantje.
Ik heb geen typisch Joods gezicht, geen grote neus en had donker blond krulhaar. Maar ik was vrolijk kind. In het begin vroeg ik de gehele tijd, wanneer ik weer naar huis mag, maar na een paar maanden, berusten ik mij in mijn lot, en verloor ik mijn eigen identiteit. Er was geen gevaar dat ik mijzelf zou verraden, want ik wist het niet meer.
Van adres tot adres ging mijn enige eigen speelgoed, het beertje met mij mee, en was het beertje eigenlijk de enige met wie ik kon praten, hij wist wie ik was en waar ik vandaan kwam, en wist dat ik nooit stout was. Als ik droevig was huilde ik met hem in mijn armen, en als ik kwaad was, gooide ik hem in een hoek, maar slapen deden wij samen.
Het beertje vierde met mij de dolle dinsdag, toen we dachten dat de oorlog over was, een paar weken later de etenspakketten die geparachuteerd werden door Zweedse vliegtuigen en weer later de uiteindelijke Bevrijdingsdag, ik had hem in mijn broek gestoken, zo dat hij alles kon zien en herinneren. Hij ging met mij mee naar het zomerhuisje in de Maarnsebossen em mee naar het oudertehuis in Den Haag, en naar onze huur woning in het bomen en planten buurt.
Daarna heb ik hem verloren, waarschijnlijk omdat ik hem niet meer nodig had, want vrienden heb je alleen als je dat nodig heb, jammer dat hij mij niet kan vertellen wat ik heb meegemaakt als jongetje zonder naam, jammer dat hij niet meer mijn vriendje is.
Showing posts with label Onderduiken als Joods kind. Show all posts
Showing posts with label Onderduiken als Joods kind. Show all posts
Thursday, May 5, 2011
Sunday, May 1, 2011
Waarom is Tante Mammie boos, ik ben toch niet stout geweest?
Dit was mijn vraag als kleuter van vijf jaar oud, toen moeder Kraan, die ik voor het gemak tante Mammie noemde, tijdens het afscheid op een regenachtige nacht in het voorjaar van 1944. Ik was een Joods jongetje, dat ondergedoken was bij de familie Kraan. Ik was daar gekomen, een half jaartje eerder, achterop de fiets van Truus, de jongste dochter van de weduwe Kraan, die van het ondergrondse verzet de opdracht had gekregen mij van het laatste (nu gevaarlijke, door verraad van de buren) naar een nieuw onderduik adres moest brengen).
In plaats van mij naar het adres te brengen dat ze had gekregen van de ondergrondse, besloot Truus om mij naar huis te nemen, met de bedoeling haar moeder te smeken om mij in huis te nemen, misschien onverstandig, maar vele mensen levens werden in die dagen gered door goede zielen.
Truus was toen 18 jaar oud, en samen met haar oudere broers en zusters erg actief in het ondergrondse werk was. Ik was toen nog een heel lief jongetje, dat absoluut niet begreep waarom hij elke keer van de ene plaats naar de andere werd gebracht. Bij Tante Mamie mocht ik het langs blijven, in plaats van twee / drie weken logeren, was ik daar een half jaartje geweest, en nu, zonder dat ik iets erg stouts had gedaan, moest ik weer weg.
Wat ik natuurlijk niet wist dat een van de buren begonnen was met vragen waarom dat kleine jongetje bij de familie Kraan niet naar huis ging. De man van Tante Mammie was ook bij de illegaliteit geweest, maar helaas was een jaartje geleden overleden. Hij had een architect bureau, waar Piet van Nieuwkoop, mijn toekomstige pleegvader werkte. Zijn gezin was een familie van 5 kinderen, de oudste Jaap was ongeveer 15, en de jongste dochter was ongeveer twee jaar ouder dan ik.
De familie van Nieuwkoop leefde in een huis naast de kerk, op de prins Mauritzlaan in Oegstgeest (dicht bij Leiden), de gehele wijk was gevorderd door de Duitse leger, behalve twee woningen, de eerste woning van een NSBer, tegen over het huis van van Nieuwkoop en het huis van van Nieuwkoop, die ouderling was van de kerk. Daar in een omgeving van Duitse officieren, in een familie van vijf kinderen, viel de zesde niet op. Jannie, mijn pleegzus vertelde de volgende dag na mijn aankomst in de familie, dat ze een nieuw broertje hadden gekregen, die al 5 jaar oud is.
Tot 5 maanden na de oorlog woonde ik bij de familie van Nieuwkoop, mensen die ondanks het gevaar, een Joods kind in huis namen en hem met alle liefde opbracht.
Beide families, de Kraan en van Nieuwkoop zijn geĆ«erd door “Yad va Shem”. Ik heb met de dochters van beide families nog steeds geregeld contact.
P.S. ook de NSBer tegen over wist dat ik een Joodse onderduiker was, maar hij heeft mij niet verraden, en speelde ik met zijn dochtertje (heel er blond) wat mij natuurlijk nog een extra veiligheid gaf. In zijn straf na de oorlog, werd zij zwijgen beloond met een verkorte gevangenis straf, wat met het meisje is gebeurd, weet ik werkelijk niet.
In plaats van mij naar het adres te brengen dat ze had gekregen van de ondergrondse, besloot Truus om mij naar huis te nemen, met de bedoeling haar moeder te smeken om mij in huis te nemen, misschien onverstandig, maar vele mensen levens werden in die dagen gered door goede zielen.
Truus was toen 18 jaar oud, en samen met haar oudere broers en zusters erg actief in het ondergrondse werk was. Ik was toen nog een heel lief jongetje, dat absoluut niet begreep waarom hij elke keer van de ene plaats naar de andere werd gebracht. Bij Tante Mamie mocht ik het langs blijven, in plaats van twee / drie weken logeren, was ik daar een half jaartje geweest, en nu, zonder dat ik iets erg stouts had gedaan, moest ik weer weg.
Wat ik natuurlijk niet wist dat een van de buren begonnen was met vragen waarom dat kleine jongetje bij de familie Kraan niet naar huis ging. De man van Tante Mammie was ook bij de illegaliteit geweest, maar helaas was een jaartje geleden overleden. Hij had een architect bureau, waar Piet van Nieuwkoop, mijn toekomstige pleegvader werkte. Zijn gezin was een familie van 5 kinderen, de oudste Jaap was ongeveer 15, en de jongste dochter was ongeveer twee jaar ouder dan ik.
De familie van Nieuwkoop leefde in een huis naast de kerk, op de prins Mauritzlaan in Oegstgeest (dicht bij Leiden), de gehele wijk was gevorderd door de Duitse leger, behalve twee woningen, de eerste woning van een NSBer, tegen over het huis van van Nieuwkoop en het huis van van Nieuwkoop, die ouderling was van de kerk. Daar in een omgeving van Duitse officieren, in een familie van vijf kinderen, viel de zesde niet op. Jannie, mijn pleegzus vertelde de volgende dag na mijn aankomst in de familie, dat ze een nieuw broertje hadden gekregen, die al 5 jaar oud is.
Tot 5 maanden na de oorlog woonde ik bij de familie van Nieuwkoop, mensen die ondanks het gevaar, een Joods kind in huis namen en hem met alle liefde opbracht.
Beide families, de Kraan en van Nieuwkoop zijn geĆ«erd door “Yad va Shem”. Ik heb met de dochters van beide families nog steeds geregeld contact.
P.S. ook de NSBer tegen over wist dat ik een Joodse onderduiker was, maar hij heeft mij niet verraden, en speelde ik met zijn dochtertje (heel er blond) wat mij natuurlijk nog een extra veiligheid gaf. In zijn straf na de oorlog, werd zij zwijgen beloond met een verkorte gevangenis straf, wat met het meisje is gebeurd, weet ik werkelijk niet.
Subscribe to:
Posts (Atom)